Meditatie: “Donder”

(Psalm 29:3)

36 Donder Een Psalm die helemaal over onweer gaat! David vertelt ons in dit gedicht dat de donder (het geluid van onweer) de stem van God is. Hij spreekt, of: Hij roept! God laat zijn stem horen en boezemt ontzag in bij alle machten (‘goden’, vers 1). De goden en met hen alle schepselen worden opgeroepen om de Heer te erkennen en Hem te eren (vers 1 en 2).

In het middengedeelte van de Psalm (vers 3-9) lezen we in drie strofen over de uitwerking van donder (het geluid) en bliksem (de ontlading). Deze strofen beginnen alle drie met ‘de stem van de Heer’. God laat zijn grootheid en macht zien in de schepping. Zijn stem wordt gehoord. Reusachtige bomen worden gespleten. Bergen trillen, woestijnen beven en het dierenrijk wordt opgeschrikt. Dat doet de Heer, wanneer Hij spreekt. Bij ons die deze Psalm lezen of zingen, komt dan de vraag op: wat doet het spreken van de Heer met mij?

Aan het eind van de Psalm lezen we een toepassing die David maakt. In het onweer ontdekken we de grootheid van de Heer. De Heer die spreekt door donder en bliksem zit op de troon (vers 10). Dat betekent: Hij regeert, Hij staat boven alles. Dat mag elke gelovige in zijn oren knopen. Voor Israël lezen we een speciale bemoediging: Die machtige God van donder en bliksem zal het goed maken met zijn volk. Er komt vrede die Hij zal geven (vers 11).

Lees: Psalm 29

Share