Meditatie: “Uw nabijheid”

(Psalm 27:8)

34 Uw nabijheid In het eerste deel van dit lied klonk door dat David ernaar verlangde om dicht bij de Heer te zijn: hij wilde wonen in zijn huis (vers 4). Dat verlangen herkennen we ook in het tweede deel van de Psalm. In vers 8 hoort David de Heer zeggen: ‘Zoek mijn nabijheid.’ En in zijn hart beaamt hij deze oproep. Hij antwoordt dat hij dicht bij God wil zijn.

‘Nabijheid’ is de vertaling van een woord dat letterlijk ‘gelaat’ of ‘aangezicht’ betekent. Zie ook vers 9. ‘Je gelaat voor iemand verbergen’ betekent dat je je van hem afkeert. David vraagt de Heer om hem niet in de steek te laten (vers 9). Blijkbaar had David reden om daar bang voor te zijn. Het ging in zijn leven allemaal niet zo geweldig. Maar hij wist dat de zorg van de Heer nooit zal ontbreken. Hij is nog trouwer dan je bloedeigen ouders.

David verlangt ernaar om de goedheid van de Heer te zien ‘in het land van de levenden’: in het leven hier op aarde (vers 13). Dat hij straks in de eeuwigheid de goedheid van de Heer zou zien, dat was voor David geen vraag. Maar verlangde ernaar om Gods aanwezigheid te merken in zijn leven hier en nu. Daar mag je naar uitkijken, al moet er soms gewacht worden (vers 14).

Lees: Psalm 27:7-14

Share